Wanneer Bruce McLaren verongelukt terwijl hij mee doet met een test in Goodwood in 1970 op 33 jarige leeftijd,had hij allang een rijke erfenis verworven met een plaats in de wereld van de motor race. Zijn team had veel succes in verschillende vormen van racing, hij was succesvol als chauffeur. Hij had veel bewonderaars en was als persoon geliefd in de sport.
Die erfenis overleefde vele jaren. Teddy Mayer runde voor een periode het team na de dood van McLaren. Ron Dennis nam het van hem over. In de laatste 20 jaar van “McLaren International”, nu bekend als “McLaren Racing”heeft hij veel succes. Hij leidt met goed overzicht wat zeer wordt gewaardeerd.
McLaren’s eerdere samenwerking met Ford werd verruild voor de motoren van Mercedes-Benz. McLaren vestigden het team op de baan van Colnbrook bij Heathrow, Het McLaren Technology Centre van de formule 1 is nu gevestigd in Surrey voor de race en constructies.
Maar alles begon aan de andere kant van de wereld. Bruce McLaren werd op 30 augustus 1937 geboren in Auckland, New Zealand. Zijn vader, Leslie runde een garage en nam deel aan wedstrijden voor motoren en na de oorlog in race wagens.
Bruce McLaren zelf had een buitengewone jeugd: Op 9 jarige leeftijd kreeg hij de ziekte van Perthe die zijn heup aantaste. Naar een verblijf van 1 maand in het ziekenhuis, verbleef hij 3 jaar in een revalidatie centrum voor kinderen. Zijn benen zaten in speciale beugels met gewichten zodat hij maanden niet mobiel was. Later gebruikte hij een rolstoel en men was bang dat
hij nooit meer zou kunnen lopen. Hij overwon de ziekte en kon weer lopen, hoewel strompelend zijn linker been was 1½ inches korter dan zijn rechter been. Al die tijd studeerde hij en behaalde zijn diploma Engineering aan de Seddon Memorial Technical College. Maar hij was allang
geïntrigeerd door de motor sport. Zijn vader kocht een 750 cc Austin Ulster Seven maar het maakte hem bang. Bruce daar in tegen overtuigde zijn vader dat hij zou race en was een eerlijke rivaal van Phil Kerr die behoorde tot het team van McLaren.
Toen de Austin werd verkocht, ging Bruce race in de Austin Healey 100 in 1956/7 van zijn vader. Toen deze verviel kocht McLaren een bob tailed centre seat Cooper, voorafgaand Jack Brabham.
Al die tijd was Bruce nog een student. Maar slaagde erin een correspondentie met Brabham in Engeland te onderhouden over de wagen. Brabham stelde voor een paar formule 2 Cooper over te brengen naar New Zealand voor de winter en dat Bruce in een ervan zelf zou rijden. Het werd een groot succes en Bruce werd New Zealand’s eerste formule chauffeur in Europa in 1958.
McLaren verkocht zijn eigen wagen en inplaats daarvan kocht hij toen hij in Engeland kwam een nieuwe Cooper. Het was de start van zijn internationale carrière. Hij leerde veel van het Europesche race en ging met zijn formule 2 wagen van race naar race. Hij finishte overal 5de en 1ste in de formule 2 in German Grand Prix op de Nürburgring. Hij nam een 1960cc Formula Two car mee naar New Zealand en won daar het Nationaal Championship van de winter.
1959:McLaren werd bekend als een Cooper Formula One rijder over de hele wereld voor de volgende 6 jaar. Zijn team maat was Jack Brabham en in het eerste jaar won hij de finale van Grand Prix of the Year in Sebring. Hij was de jongste winnaar van een Grand Prix, 22 jaar en zijn team maat won de World Championship.
Die winter Bruce verloofde zich met Patty Broad en ze wilde in het voorjaar trouwen. Bij zijn terug keer in Europa was Jack Brabham weer zijn team maat. De New Zealander won de World Championship. McLaren won de race in Argentina.
Brabhan verlaat het team en laat McLaren achter als teamleider. In 1961 gaat het wat minder met McLaren maar het jaar erop in 1962 wint McLaren in Monaco. Hij finisht als 3de in de Championship. De jaren er naar zijn steeds wisselend. Patty McLaren was verzeild geraakt in een ski ongeluk, John Cooper was betrokken bij een weg ongeluk. Bruce zelf kreeg een ongeluk met zijn wagen en raakte knock out. McLaren keek uit naar alternatieve.
Zoals gewoonlijk wilde McLaren een wagen meenemen naar New Zealand voor de race in de Tasman serie, hij nam slim een paar Coopers mee voor zich zelf en de Americaan Timmy Mayer. Later in 1963 Bruce McLaren en de Mayer broer Teddy registreerde de naam Bruce McLaren Motor Racing Ltd. De serie was een succes en Bruce won de Championship, maar een tragedie wand Mayer kwam hierbij om het leven. Het had gesneeuwd die dag. McLaren reed nog 2 seizoenen met de Cooper Formulia One. Twee seizoenen met 13 punten in 1064 en 10 punten in 1965.
McLaren was nog steeds de nummer 1 rijder van Cooper in 1965, maar Charles Cooper en zijn zoon John verkochten het team aan Chipstead Motor Group.
McLaren hielp hierbij. Hij begon met het ontwerpen van nieuwe sportwagens en keek uit naar de drie liter Formule 1 die kwam in 1966 |