Geschiedenis 1990-2000 |
1990
Model: MP4/5B
Motor: 3.5 Honda V10
Coureurs: Ayrton Senna, Gerhard Berger
Prost verdween naar Ferrari maar ook Steve Nichols verliet McLaren. Maar Neil Oatley’s ontwerper van het vorige seizoen was succesvol geweest en het was hem toevertrouwd met wat de B versie werd van dezelfde auto. Het betekende een andere voor ophanging, revisie van de zes versnellingsbak, aërodynamische veranderingen en een multi-diffuser die uiteindelijk werd verboden.
Senna’s nieuwe teamgenoot, Gerhard Berger paste niet in dit nieuwe ontwerp, ondanks de eerste veranderingen aan de auto, het was geen verrassing dat Gerhard enigszins teleurgesteld was. Verdere veranderingen loste het probleem halverwege het seizoen op.
Senna, ondertussen, leidde vanaf het begin, hij leidde elk race van het seizoen behalve in Hongarije waar hij Thierry Boutsen winnend over de finish zag gaan. In Suzuka reed hij in de eerste bocht tegen Prost aan en claimde het kampioenschap.
Ondank de problemen met het bestuursorgaan van vorig jaar, pakte McLaren de eerste race in Phoenix, ondanks dat de late voltooiing van de auto's. Berger pakte de pole positie maar Senna zou de volgende vier races op pole staan en daarna Berger. Over het geheel genomen, Senna behaalde de pole tien keer tijdens het jaar.
Maar Prost in de Ferrari was een formidabele tegenstander samen met teamgenoot Mansell en het duo van Williams, Boutsen en Patrese hadden ook hun aandeel in het succes. Honda voorzag McLaren opnieuw van verschillende motoren die vaak aan power verlies leden gedurende het jaar terwijl McLaren zelf schade opliep door mindere prestaties in het midden seizoen. Maar, zij reageerden goed en ze kwamen terug om beide titels binnen te halen, het gebeurde slechts twee keer in de reeks van de Constructeurs drie keer op rij was gewonnen.
Coureurs kampioenschap: 1ste Senna 78 punten; 4de Berger 43 punten
Constructeurs kampioenschap: 1ste 121 punten.
|
1991
Model: MP4/6
Motor: 3.5 Honda V12
Coureurs: Ayrton Senna, Gerhard Berger
Voor de vierde keer en voor de derde keer met Honda werd er een andere motor specificatie gebruikt. Veel bleef het zelfde, behalve dat Henri Durand hielp de hoofd ontwerper Neil Oatley mee met de aerodynamica van de laatste auto.
De nieuwe motor en zijn hoger verbruik is geen verassing maar zorgde voor verscheidene veranderingen aan de lay-out van de auto. De voorophanging werd tweemaal veranderd tijdens het jaar, zowel de versnellingsbak als het chassis werd veranderd, de versnellingsbak opereerde automatisch en het chassis werd stijver. De aerodynamica werd ook veranderd.
Honda’s besluit om naar de V12 configuratie te gaan resulteerde in een grotere verbruik in vergelijking met de V10s van de andere teams, maar het was ook moeilijker voor het teams eigen TAG motor management systeem om op de hoogte te blijven van zowel de ontwikkeling van de brandstof en motorconditie. Dit resulteerde er in dat Senna tweemaal uitviel vanwege een brandstof probleem, in Silverstone en twee weken later in Hockenheim.
Het seizoen begon geweldig met een viertal overwinningen, inclusief een emotionele maar moeilijke winst op het thuis circuit van Senna in Interlagos. Een keer uitgevallen en twee keer een derde plaats achter Williams wat werd gevolgd door een tweede uitval, maar Senna kwam terug en won in Boedapest en lag thuis aan kop en een geweldige een-twee in Spa, ondanks versnellingsbak problemen zoals in Brazilië. De volgende twee tweede plaatsen zouden genoeg moeten zijn om het kampioenschap te pakken, maar er waren problemen, maar een moedige tweede plaats achter teamgenoot Berger in Suzuka was genoeg voor de titel en met een zevende winst van het jaar was de titel binnen in Australië. Het was Senna’s derde titel en McLaren's vierde in successie.
Coureurs kampioenschap: 1ste Senna 96 punten; 4de Berger 43 punten.
Constructeurs kampioenschap: 1ste 139 punten.
|
1992
Model: MP4/6B then MP4/7A
Motor: 3.5 Honda V12
Coureurs: Ayrton Senna, Gerhard Berger
Dit was het vijfde en het laatste seizoen met Honda en het derde en laatste seizoen dat Gerhard Berger zou rijden voor het team. Niettemin, met Ayrton Senna en Honda nog in het team, waren de verwachtingen hoog gespannen. Het team begon met de MP4/6 van vorige jaar, totdat plotseling bekent gemaakt werd dat de nieuwe auto zo snel mogelijk zou worden geïntroduceerd en gebruikt zou gaan worden in Brazilië.
Nogmaals, de nieuwe auto was het werk van het team geleid door Neil Oatley met verschillende nieuwe eigenschappen, fly by wire gaspedaal was er èèn van, een elektronisch gaspedaal wat een nieuwe methode was voor in de monocoques. De versnellingsbak was nog overdwars, maar werd weer een keer gereviseerd.
Toch waren er nog enkele tekortkomingen. De auto was onvoorspelbaar in snelle bochten, terwijl de laatste Honda nauwelijks krachtiger was dan zijn voorganger maar verbruikte wel meer benzine, wat natuurlijk meer gewicht betekende. In de tijd van steeds verfijndere V10s betekende dit een aanzienlijke handicap.
Beide coureurs vielen in de punten in de eerste race, Berger ook in de tweede en beide vertrokken in de derde race in hun nieuwe auto's. Senna won in Monaco, Berger in Canada en dan na twee teleurstellingen, Senna eindigde als tweede in Duitsland en won toen in Hongarije en in Italië. Berger won in Australië, zijn zwanensong met McLaren.
Maar ondanks drie keer winst, Senna en zijn teamgenoot werden vierde en vijfde in het kampioenschap, en McLaren eindigde op 65 punten, achter de winnaar Williams bij de constructeurs.
Coureurs kampioenschap: 4de Senna 50 punten; 5de Berger 49 punten
Constructeurs kampioenschap: 2de 99 punten.
|
1993
Model: MP4/8
Motor: 3.5 Ford Cosworth V8
Coureurs: Ayrton Senna, Michael Andretti, Mika Hakkinen
Hij had een paar keer getest het jaar ervoor, Ron Dennis contracteerde regerend IndyCar kampioen Michael Andretti voor het seizoen 1993 .Dennis had niet bekent gemaakt welke krachtbron het team ging gebruiken, waarschijnlijk omdat het pas in november van het vorige jaar bekent werd. Het bleek een McLaren gefinancierde ontwikkeling van de Ford's HB motor te zijn. Hoewel, het was tot in Silverstone een versie achter die van Benetton, wat een nadeel was.
Wat ontbrak was de echte paardenkracht, zij hoopten dat te krijgen door mechanische verfijning en de geïmpliceerde TAG elektronica, de lichte en economische motor, overladen met elektronische trucjes en natuurlijk met een zeer geavanceerde actieve ophanging en tractiecontrole.
Ondanks de tweede plaats achter Prost in Kyalami, twee super races, èèn in de regen en de legendarische overwinning in Donington en zijn zesde overwinning in Monaco, er waren twijfels over het contract van Senna en het werd steeds duidelijker dat hij het team zou gaan verlaten, het team waar hij drie keer Wereld Kampioen geworden was.
Senna had weinig mechanische problemen, hoewel er een derde opeenvolgende brandstof probleem was in Silverstone. Het jaar eindigde hij met twee overwinningen in Suzuka en dan Adelaide, wat voor Senna’s laatste en wat voor McLaren het meest succesvol Grand Prix team maakte. Maar zij haalde precies de helft van de punten die door winnaar Williams gescoord waren, hoewel Senna slechts 23 punten achter Kampioen Prost lag.
Maar McLaren was vrij veel een één mans team dit jaar. Een late regelgeving verandering betekende dat Andretti niet de beschikbare ronden kon doen om de circuits te leren. Zijn beste race was in Imola voor hij weg ging, maar na Monza waar hij als derde finishte, keerde hij terug naar de V.S., om door Mika Hakkinen te worden vervangen, die prompt Senna uitkwalificeerde in Portugal. Op zichzelf betekende dat het eind van één tijdperk en het begin van een nieuwe.
Coureurs kampioenschap: 2de Senna 73 punten; 11de Andretti 7 punten; 15de Hakkinen 4 punten.
Constructeurs kampioenschap: 2de 84 punten
|
1994
Model: MP4/9
Motor: 3.5 Peugeot V10
Coureurs: Mika Hakkinen, Martin Brundle, Philippe Alliot
Het enige vraagteken over McLaren’s toekomst was motor en in 1993, reed het team met een peugeot. Het was een rampzalig jaar maar onvermijdelijk. Peugeot's aankomst, het verlies van Senna, de nieuwe regelgeving, nieuwe coureurs vergde tijd om te wennen.
Het nieuwe MP4/9 chassis was gebaseerd op het chassis van de Ford van vorige jaar met kleine verschillen in de aërodynamica en de faciliteit om een hand koppeling voor de eerste keer te gebruiken. Een volledig automatische versnellingsbak werd verboden. Het team gebruikte ook voor het eerst een power stuurbekrachtiging, hoewel de coureurs liever de conventionele bekrachtiging in de snellere circuits hadden.
Het belangrijkste probleem was de langzame bochten, hoewel een herziene underbody en een nieuwe achtervleugel het beter ging na de Hongaarse Grand Prix. Daar waren regelveranderingen die verboden de tractiecontrole en andere coureurs hulpmiddelen, dit na aanleiding van de tragische dood van Ayrton Senna in San Marino in mei.
Peugeot’s nieuwe motor maakte verschillende stappen voorwaarts gedurende het jaar, maar het was moeilijk om de begrenzing van de koeling van de motor voorafgaand het rijden af te stellen en dan als er werd gereden, was het alleen in koelere omstandigheden goed. Hoe dan ook, wanneer er races gereden werden onder warme omstandigheden waren er problemen.
Hakkinen was zeer gemotiveerd, scoorde zijn eerste podium in de verwoestende Grand Prix van San Marino. Hij werd opeenvolgend derde in België, Italië, Portugal en Jerez. Vervelend was er zijn ongeval in Hockenheim, waardoor hij voor een race werd geschorst. Zijn plaats werd door Philippe Alliot over genomen.
Maar het feit blijft dat voor de eerste keer in zijn bestaan, McLaren International, nu bekent als McLaren Racing geen race won. Vóór het eind van het seizoen werd voor de lange termijn een contract ondertekend met Mercedes Benz.
Coureurs kampioenschap: 4de Hakkinen 26 punten; 7de Brundle 16punten
Constructeurs kampioenschap: 4de 42 punten.
|
1995
Model: MP4/10, MP4/10B en MP4/10C
Motor: 3.0 Mercedes V10
Coureurs: Nigel Mansell, Mika Hakkinen, Mark Blundell, Jan Magnussen
Dit was een jaar van ups en downs zoals McLaren begon met nieuwe coureurs, een nieuwe motorpartner, nieuw reglement en nieuwe ideeën.
Eerst en vooral, ze gebruikten vier verschillende motoren in de afgelopen jaren. En misschien de heropleving van een precedent, Ron Dennis drong aan op veranderingen van het motorontwerp om aan de nieuwe reglementen te voldoen, hetzelfde als John Barnhard had gedaan bij Porsche. Maar het Ilmor ontwerp van Mercedes motor was kleiner dan de Peugeot van vorige jaar, maar dat was geen probleem voor Neil Oatley's ontwerpteam. De nieuwe auto kenmerkte McLaren's eerste hoge neus en en vleugel boven op de motorafdekking.
Ondertussen drongen de tittelsponsors aan op een grote naam en nadat hij was afgewezen door Williams werd Nigel Mansell gecontracteerd. Maar de MP4/10 leed aan een groot onbalans bij het testen, beide coureurs klaagde over te weinig ruimte.
Een nieuwe, bredere monocoque werd ontworpen en gebouwd in 33 dagen voor Mansell die zich voor de eerste twee races terugtrok, hij werd vervangen door Mark Blundell. Maar de grip aan de voorkant was nog steeds een probleem en Mansell stopte vóór Monaco, zijn plaats werd ingenomen door de populaire Blundell die zich gewoonlijk een paar plaatsen achter teamgenoot Hakkinen kwalificeerde.
De Fin tot slot ging naar rij twee in België gevolgd door Ilmor’s introductie van de gereviseerde motor en McLaren’s nieuwe versnellingsbak. Er was geen twijfel dat er een reusachtige inspanningen was geleverd door beide teams.
Hakkinen miste Aida, door een blindedarmontsteking, zijn plaats werd ingenomen door Magnussen terwijl een week later Hakkinen weer als derde startte en tweede in de race werd, maar het optimisme werd wreed gestoord door zijn zware ongeluk in Adelaide.
Coureurs kampioenschap: 7de Hakkinen 17 punten; 10de Blundell 13 punten
Constructeurs kampioenschap: 4de 30 punten.
|
1996
Model: MP4/11
Motor: 3.0 Mercedes V10
Coureurs: Mika Hakkinen, David Coulthard
Dit was misschien een jaar van consolidatie. Hakkinen had een opmerkelijke come back gemaakt en wilde de prestaties van vorig jaar verbeteren. Zijn teamgenoot werd David Coulthard, die van Williams kwam, maar vond het moeilijker bij McLaren. Ilmor stelde de motoren van Mercedes beter af, McLaren deed het zelfde met de MP4 chassis. Ze werden geholpen door vroegere McLaren werknemers Steve Nichols en AlainProst.
Zowel de motor als het chassis waren beide verbeteringen van vorige modellen, geen van beide steunde elkaar, er was geen eenheid. Er was een indrukwekkend uitgebreide inspanning op het chassis gedaan, in het bijzonder de ophanging, maar weer was er het onbalans probleem. De voor vleugelrand werd regelmatig aangepast tijdens het jaar omdat de coureurs een lage downforce versie verkozen. Het hield niet van hobbelige circuits. Een korter wiel basis werd de norm medio het seizoen.
De motor werd ook grondig gereviseerd, vooral aan de midden waaiertorsie, terwijl de motor lichter was dan voordien maar met een verhoging van vijf procent in kracht. De motor reactie verbeterde progressief tijdens het seizoen van dit jaar, McLaren besloot om de kracht weer over te laten brengen door een longitudinale versnellingsbak.
Er waren geen massale overwinningen dit seizoen, de Coureurs waren langzaam en de Williams / Benetton overheerste. Coulthard eindigde als tweede na Olivier Panis in Monaco, terwijl Hakkinen vier derde plaatsen had. Maar aan het eind van het jaar stopte een 23 jarig partnerschap. Dennis, moest toen inkrimpen door de begroting van de huidige titelsponsor, maar hij had de voorkeur voor een nieuwe grote sponsor en dat lukte.
Coureurs kampioenschap: 5de Hakkinen 31 punten; 7de Coulthard 18 punten
Constructeurs kampioenschap: 4de 49 punten.
|
1997
Model: MP4/12
Motor: 3.0 Mercedes V10
Coureurs: Mika Hakkinen, David Coulthard
McLaren boekte verdere vooruitgang in 1997 met een vast rijders duo, de wagen was nu beschildert in de kleuren van de nieuwe titelsponsor. De grootste aanwinst tijdens het jaar was het weg halen van Adrian Newey bij Williams geweest, die zich aansloot bij Neil Oatley’s ontwerpafdeling.
De recentste MP4 was helemaal nieuw met een fastidious detaillering die constant indruk maakte op de rivalen. De nieuwe technologische innovaties tijdens het jaar omvatten een fascinerend secundaire rem systeem. De motorpartners van het team waren zorgvuldig, hun nieuwe motor in het begin van het jaar kenmerkte een nieuw blok met nieuwe positie systemen voor de steun installatie. Een verdere versie van de motor werd geïntroduceerd in Barcelona.
De combinatie baarde Coulthard zorgen omdat de achterkant stabiliteit problemen had, maar zelfs zo won hij de openingsrace van het jaar in Australië en opnieuw in Monza. Hakkinen haalde de eerste winst uit zijn carrière in Jerez. Maar dat vertelt slechts de helft van het verhaal. Ze hadden ook kunnen winnen in Montreal, Silverstone, Oostenrijk en Nurburgring misschien Suzuka wat dan een hele andere kijk op hun seizoen geweest was.
Coulthard was de hoogst geplaatste van de coureurs en het team eindigde als vierde, maar duidelijk was er nog meer potentie en met meer stabiliteit nu, met verdere afstemming zal ongetwijfeld de inspanning beloond worden.
Coureurs kampioenschap: 3de Coulthard 36 punten; 6de Hakkinen, 27 punten
Constructeurs kampioenschap: 4de 63 punten.
|
1998
Model: MP4/13
Motor: 3.0 Mercedes V10
Coureurs: Mika Hakkinen, David Coulthard
Door een clausule in het contract van Adrian Newey’s mocht hij vóór augustus 1997 niet werken voor Team McLaren Mercedes, maar daarom had hij veel tijd over om gedurende het jaar over de auto na te denken die in overeenstemming zou zijn met de nieuwe regels, met het handhaven en de nadruk op veiligheid te bewerkstellen in 1998. Alle ontwerpers werden op het hart gedrukt om de nieuwe regels in acht te nemen. Newey had aan een nieuwe auto kunnen werken die veilig en concurrerend was. Bijna 12.000 manuren gingen er in zitten om de verloren downforce te herwinnen door de nieuwe regels. Mercedes werkte hard aan de motor.
Een andere nieuwigheid, waar Hakkinen blij mee is, waren de Bridgestone banden die de Goodyear vervingen. Het Japanse bedrijf kreeg steeds meer voet aan de grond en overtrof het Amerikaanse bedrijf, hoewel Goodyear weerstand bood.
Maar de combinatie met Hakkinen die nu wist hoe het is om te winnen, Newey’s chassis en de banden van Bridgestone betekende dat Team McLaren Mercedes het seizoen begon in dominante stijl en doorging in die stijl. Het tweetal lag een ronde voor op het veld in de Australische Grand Prix hoewel zij regelmatig van plaats wisselde. Het resultaat was het zelfde in Brazilië, terwijl Hakkinen tweede en Coulthard dat in Argentinië was. De Fin won in Spanje, Monaco, Oostenrijk, Duitsland, daarna in Luxemburg en Japan. Schumacher bood weerstand maar de laatste slag maakte het kampioenschap voor Hakkinen.
Coulthard hij won in San Marino maar was zes keer tweede terwijl het Team domineerde in beide kampioenschappen
Coureurs kampioenschap: 1ste Hakkinen 100 punten; 3de Coulthard 56 punten.
Constructeurs kampioenschap: 1ste 156 punten.
|
1999
Model: MP4/14
Motor: 3.0 Mercedes V10
Coureurs: Mika Hakkinen, David Coulthard
Team McLaren Mercedes was zonder twijfel het team om te verslaan in 1999
De auto was volledig nieuw, verschillende ideeën van technische directeur Adrian Newey die hij vorige jaar al had willen gebruiken. Het was aanzienlijk lichter, maar ook complexer. Gedeeltelijk dankzij nieuwe bandverordeningen, het bracht geen vertrouwen bij wat zijn voorganger had gedaan, maar op de limiet, presteerde het beter. Mercedes-Benz had ondertussen een lichtere en lagere V10 geproduceerd.
Het seizoen begon slecht, door met geen van beide auto te eindigen. Team McLaren Mercedes had gedacht dat de auto van het vorige jaar aan de eerste drie races mee kon doen. Maar toen won Hakkinen in Brazilië, terwijl Coulthard misschien had kunnen winnen in Imola ondanks problemen met achterblijvers. Het team noteerde een verpletterende een twee in Spanje, terwijl Hakkinen opnieuw won in Canada en daarna tweede was in Frankrijk was. In dit stadium had Hakkinen 40 punten en Michael Schumacher 32 en Eddie Irvine 26. Hakkinen, kwam slechts op een derde plaats in de volgende drie races, terwijl Irvine twee keer eerste en een tweede werd, hoewel Coulthard in Groot-Brittannië won.
Hakkinen vocht terug met een winst in Hongarije, werd tweede na twee aanrakingen met zijn teamgenoot Coulthard in België, dan de teleurstellende tweede voortijdige uitschakeling in Italië.
In de laatste twee races in Maleisië en Japan, lag hij twee punten voor Irvine, maar hij werd gefrustreerd opgehouden in de eerste race waar Irvine won, waardoor hij vier punt tekort achter kwam in de laatste race in Japan. Maar in een buitengewoon race won hij en pakte het kampioenschap. Ferrari had terug gevochten en pakte het kampioenschap van de constructeurs.
Coureurs kampioenschap: 1ste Hakkinen 76 punten; 4de Coulthard 48 punten
Constructeurs kampioeschap: 2de 124 punten
|
|
|