Geschiedenis 1980-1990 |
1980
Model: M29 en M30
Motor: Ford DFV
Coureurs: John Watson, Alain Prost, Stephen South (DNQ)
Alain Prost ’s begin beloofd veel goeds in de eerste helft van het seizoen, met de Fransman die gewoonlijk sneller is dan zijn teamgenoot. Hij scoorde een punt in zijn aller eerste Grand Prix in Argentinië, en werd vijfde in Brazilië. Twee mechanische problemen in Zuid-Afrika resulteerde in een gebroken pols wat hem van Long Beach weg hield. Invaller Stephen South slaagde er niet in zich te kwalificeren, Watson eindigde als vierde.
België gaf een beetje respijt en ze bereikte het absolute dieptepunt In Monaco waar Watson er niet in slaagde zich te kwalificeren, Prost vloog er in de eerste bocht al uit. Prost kwalificeerde zich als zevende in Frankrijk, Watson eindigde in dezelfde positie terwijl Prost zesde werd op Brands Hatch.
In dit stadium, waren er ontwikkelingen aan twee kanten. Een nieuwe, M30 was voorhanden, designed door Gordon Coppuck en 50 procent stijver. Prost werd in dit model zesde in zijn debuut in Holland.
Belangrijker is dat er veranderingen op handen waren voor het hele team. Formule 2 team eigenaar Ron Dennis en sponsor vertegenwoordiger Mayer waren al benaderd, wat duidde op een fusie.
Een deel van de deal was dat Dennis zijn eigen designer mee zal nemen, John Barnard, waardoor Gordon Coppuck het team moet verlaten. De fusie werd bekent gemaakt in September 1980, Dennis en Mayer als gezamenlijk leidende Directeuren van McLaren Internationaal, nu als McLaren Racing. Mayer was ook voorzitter terwijl Tyler Alexander, één van de vroege leden van McLaren en Barnard allebei directeur zouden zijn.
In dit stadium had Watson zijn oude vuur herontdekt, en met de inbreng van Barnard, zijn M29 en M30 moesten punten scoren. Watson was competitief vierde in Canada maar Prost crashte op Watkins Glen en werd nogmaals verwond, en was niet in staat om te racen. Het was een slecht seizoen, maar het begin van een nieuwe tijdperk.
Coureurs kampioenschap: 10de Watson 6 punten;15de Prost 5 punten.
Constucteurs kampieonschap: 7de 11 punten
|
1981
Model: M29 en MP4
Motor: Ford DFV
Coureurs: John Watson, Andrea de Cesaris
Ondanks de belofte van het nieuwe team en John Barnard's koolstofvezel monocoque van de eerste MP4 vond Alain Prost een uitweg in zijn contract om het team te verlaten en voor Renault te gaan racen, zijn nationale team. Watson bleef op zijn plek en zijn teamgenoot werd de Italiaanse hoop, Andrea de Cesaris.
Het team begon het jaar met de oude M29s, nu in de F configuratie en het duurde tot de derde race in Argentinië dat Watson zijn MP4 kreeg. Twee races later kwalificeerde hij als vijfde en twee races later, finishte hij als derde achter Gilles Villeneuve in Spanje. In Dijon, stond hij op de eerste rij op de baan en eindigde als tweede en op Silverstone, hij won in de debuut Grand Prix overwinning van een nieuw tijdperk voor het team.
Maar op de achtergrond was er een strijd gaande tussen de FISA en de FOCA over de nieuwe technische regels de FOCA kwam op voor de wagens met grond effect en de FISA kwam op voor de wagens met Turbo.
Er was weer een punt voor Watson in Hockenheim en Oostenrijk terwijl hij tweede werd in Canada. De MP4 was geneigd te zweven en dat maakte het voor de coureur niet makkelijker op. Het seizoen van de Cesaris werd herinnerd als zijnde een seizoen van de ongevallen, verdienende de bijnaam de Crasheris. Watson kreeg een groot ongeval in Monza waar hij geluk had en weg kwam zonder verwondingen .
De Cesaris wist dat hij zijn plaats niet zou behouden, maar Watson gewonnen en de verdere vorm zorgde ervoor dat hij mocht blijven. Voor het eind van het jaar, werd er bekent gemaakt dat hij volgende seizoen werd verenigd met zijn oude teamgenoot van Brabham. Niki Lauda werd zijn nieuwe teamgenoot.
Coureurs kampioenschap: 6de Watson 27 punten; 18de de Cesaris, 1 punt.
Constructeurs kampioenschap: 6de 28 punten
|
1982
Model: MP4 en MP4B
Motor: Ford DFV
Coureurs: John Watson, Niki Lauda
Barnard wijzigde niet veel aan de MP4 voor zijn transformatie naar de B specificatie. Het chassis was vrij aardig, daarom probeerde Barnard de monocoqes slanker te maken, de vering te veranderen en de ophanging werd minder stijf. De set up van de banden van Michelin waren van cruciaal belang en het team werkte hard in zowel hun eigen lokale windtunnel in Feltham en die van Michelin. De carbon fibre remschijven werden ook geprobeerd tijdens het jaar.
Het seizoen begon opmerkelijk goed, met Lauda als vierde en Watson als zesde,beide in de punten. Watson werd tweede in Brazilië na diskwalificatie van Piquet en Rosberg. Bewijst dat hij niets van zijn magie verloor, Lauda won op Long Beach en het was Watson’s beurt in de Belgische Grand Prix, met Lauda als derde. Maar, de Oostenrijker werd gediskwalificeerd door ondergewicht. Watson stond een punt achter op de leider Prost in het kampioenschap van de coureurs en McLaren leidde bij de constructeurs.
Na een teleurstellend Monaco, Watson won sensationeel de Grand Prix van Detroit vanaf de 17de plaats, gedeeltelijk geholpen door een onderbreking die hem toestond om hardere Michelins te nemen waardoor het onderstuur minder werd. Hij ging als een scheermes door het veld, voorbij zijn teamgenoot die daarna spinde, maar Watson en McLaren leidden nu in hun kampioenschappen.
Watson werd derde in Canada een week later, Lauda werd daarna vierde in Nederland en won daarna op Brands Hatch. McLaren leidde nog steeds bij de constructeurs maar Watson was nu tweede in de stand van de coureurs achter Pironi. De turbo’s van Renault en Ferrari overheerste op Ricard. Pironi werd zwaar gewond in Duitsland en Lauda raakte geblesseerd aan zijn pols toen hij spinde, hij miste de race daardoor. Watson’s ophanging brak en hij spinde eraf als derde. Lauda werd vijfde in Oostenrijk, maar de tweede plaats van Rosberg leverde hem de eerste plaats op in het kampioenschap, zijn positie werd door een overwinning in Dijon versterkt waar Watson beschadigde een rand en viel terug naar de dertiende plaats.
Lauda scoorde punten in Dijon, en Watson scoorde in Monza, zijn eerste punten in drie maanden die zijn hoop levend hielden maar zelfs een tweede in Las Vegas was niet genoeg. Rosberg won de titel met vijf punten meer en Ferrari had dezelfde marge bij de constructeurs..
Coureurs kampioenschap: 2de Watson 39 punten; 5de Lauda 30 punten
Constructeurs kampioenschap: 2de 69 punten.
|
1983
Model: MP4/1C en MP4/1E
Motor: Ford DFV, DFY en TAG
Coureurs: John Watson, Niki Lauda
Laat in 1982 gebeurden er twee dingen die cruciaal waren voor McLaren . De eerste was dat Teddy Mayer en mede directeur Tyler Alexander het team verlieten en Dennis en Barnard alles moesten gaan runnen. Bovendien is de tweede fase van de overeenkomst met Porsche om de turbo charged V6 motoren te bouwen die werden gefinancierd door Akram Ojjeh's Technieken d'Avant Garde of TAG ondertekend. Ojjeh's son Mansour vormde een bedrijf samen met Ron Dennis met McLaren als doel .
Het resultaat van het seizoen was van invloed op het functioneren van deze motor, vooral toen het nieuwe reglement kwam en het grondeffect verboden werd, de auto’s moesten een vlakke bodem hebben. Dit beroofde de auto’s effectief van hun downforce en de grotere voor en achtervleugels waren nodig om dit verlies te compenseren. Hoe dan ook, ze moesten het gebruiken en de dure uitgaaf uitvoeren, welk een handicap was voor de minder krachtige Cosworth motoren in vergelijking met de turbo aangedreven wagens. Een andere handicap was dat de banden die voor turbo auto’s waren ontwikkeld niet echt geschikt warenvoor de normale zuig motoren……
Aldus McLaren had verschillende nadelen tijdens het jaar. De auto's werden gewijzigd voor de nieuwe aerodynamische reglementen maar ze moesten wel de nieuwe motor in gedachten houden. Vaak wonnen ze de slag van Cosworth gedurende het jaar. Wonnen de tweede race van het seizoen op Long Beach, met Watson en Lauda die voor McLaren één en twee werden vanaf de tweeëntwintigste en drieëntwintigste plaats! De slechte kwalificatie in Monaco, resulteerde er in dat geen van hen aan de race begon.
Lauda gebruikte de TAG motor voor het eerst in Nederland en beide coureurs gebruikte deze voor de laatste drie races van het jaar. Kwalificeerde op betere posities, maar geen van beide coureurs eindigde een race, aangezien het team met de snelle turbo moest leren omgaan de andere teams en coureurs hadden die ervaring al.
Coureurs kampioenschap: 6de Watson 22 punten; 10de Lauda 12 punten
Constructeurs kampioenschap: 5de 34 punten.
|
1984
Model: MP4/2
Motor: TAG turbo V6
Coureurs: Niki Lauda, Alain Prost
Na verschillende seizoenen van voorbereiding, McLaren had nu alle wapens die zij nodig hadden. Barnard veranderde zijn chassis een beetje, maar het belangrijkste was de nieuwe achter ophanging. De motor ontwikkeling ging tijdens de winter verder en Alain Prost kwam terug bij McLaren nadat hij weggestuurd was bij Renault, waar hij waardevolle turbo ervaring had opgedaan. McLaren was de laatste die lid was geworden van de turbobrigade, maar ze hadden alles goed voorbereid.
Alain Prost won de eerste race van het jaar in Brazilië, Niki Lauda won de tweede race. In de derde race vielen beide uit. Zij wonnen volgende drie racen. Op het eind van het seizoen, hadden ze 12 races gewonnen, het kampioenschap van de constructeurs werd gewonnen met 86 punten. Het scheelde slechts een halve punt, Lauda versloeg Prost.
Het was een fenomenale demonstratie en een waarschuwing aan iedereen. Als dit was de manier van McLaren om te leidden, dan moeten de rivalen hun inspanning aanpassen. Porsche had zeker problemen met de motor, hoewel zelden in race. McLaren werkte zorgvuldig aan de fijn afstemming van de rem koeling en had enkel één probleem met het voorwiel van Prost dat los raakte in Dijon. Het was een prettig opmerkelijk jaar.
Coureurs kampioenschap: 1ste Lauda 72 punten; 2de Prost 71.5 punten.
Constructeurs kampioenschap: 1ste 143.5 punten.
|
1985
Model: MP4/2B
Motor: TAG turbo V6
Coureurs: Alain Prost, Niki Lauda, John Watson
Na de overwinning en het dominante seizoen van 1984, McLaren was vrij terecht het team wat in de gaten werd gehouden door iedereen in 1985. De meeste elementen in het team waren grotendeels onveranderd, behalve het vertrek van Michelin. Om de concurrentie voor te blijven introduceerde John Barnard een nieuwe carrosserie, nieuwe achter ophanging, nieuwe neus en nieuwe vleugels.
Voor de motor waren er geen reusachtige veranderingen, hoewel Barnard was hoogst vleiend over het Bosch's Motronic electronic management system, terwijl spiegelbeeld Turbochargers KKK op maat waren gemaakt voor de TAG's V6 in plaats van de vorige identieke modellen.
Drie gewonnen wedstrijden door Alain Prost in de eerste vier racen, maar een uitsluiting in de chaotische Grand Prix van San Marino waarin hij later werd gediskwalificeerd, hoewel Lauda een vierde plaats behaalde, twee keer mechanische storing en een spin door olie. De reglementen werden weer aangepast, terwijl Prost won in Silverstone, werd tweede in Duitsland, won opnieuw in Oostenrijk, en toen verstoorde zijn teamgenoot hem de weg in Zandvoort en Lauda wint geheel in stijl. Hoe dan ook, door een polsblessure 2 races later miste hij twee races, in België bevestigde hij zijn besluit om de sport te gaan verlaten. Hij werd vervangen door John Watson voor de volgende race, hij stopte na een jaar en oogstte slechts 14 punten. Ron Dennis beschreef dat als ongelukkig.
Prost won de titel na 14 van de zestien races en bezorgde McLaren opnieuw het kampioenschap van de constructeurs.
Coureurs kampioenschap: 1ste Prost 73 punten; 10de Lauda 14 punten;
Constructeurs kampioenschap: 1ste 90 punten.
|
1986
Model: MP4/2C
Motor: TAG turbo V6
Coureurs: Alain Prost, Keke Rosberg
Men zegt vaak dat dit een seizoen was dat Williams Honda meer verloor dan McLaren won. Piquet en Mansell hadden allebei een kans, maar toch behaalde Prost de titel in de laatste ronde in Adelaide, toen bij Mansell een beschadigde band er af liep en Prost zelf dacht dat hij zonder brandstof zou komen te staan. De lof was volledig voor de Fransman die zijn tweede wereld titel won en McLaren won de derde coureurs titel op rij.
John Barnard, verruilde McLaren voor Ferrari tijdens de zomer, maakte gedetailleerde wijzigingen aan MP4/2B dat wat de 2C werd, voornamelijk door de nieuwe 195 liter tankbeperkingen . Er kwam een zesde versnelling maar onafhankelijk van de recentste versie van Bosch's Motronic engine management system, de motoren waren een beetje veranderd.
Een klein probleempje was er met Rosberg’s stijl van rijden die zeer verschillende was met die van Prost en zijn voorganger Lauda. Het duurde tot Monaco dat de set-up van de Fin veranderd was.
Nadat beide motoren faalde in Brazilië, Prost werd derde in Spanje, dan won hij in Imola en in Monaco. Een punt in België (ondanks een verbogen motorsteun), daarna tweede in Canada wat weer wat hoop gaf, maar toen kreeg Williams de overhand door minder brandstof verbruik. Later in het seizoen kon Prost opnieuw de positie van het team verbeteren door in Oostenrijk een overwinning te behalen, tweede in Portugal en Mexico en een cruciale winst in Australië. Maar hij verloor weer zijn teamgenoot die stopte en nu was de technische directeur ook gegaan. McLaren moest zich weer hergroeperen.
Coureurs kampioenschap: 1ste Alain Prost 72 punten; 6de Rosberg 22 punten.
Constructeurs kampioenschap: 2de 96 punten
|
1987
Model: Motor: TAG turbo V6
Coureurs: Alain Prost, Stefan Johansson
Oude dingen, nieuwe dingen: TAG’s legendarische motor was een lang en krachtig leven beschoren; Stefan Johansson werd de nieuwe partner van Alain Prost, en Steve Nichols werd de projectleider van Formule 1 na John Barnard’s vertrek vorige jaar. Hij had samen met Barnard gewerkt aan de auto, en beoordeeld wat moest worden vervangen en wat veranderd moest worden. De ophanging werd vervangen, de versnellingsbak, ook een nieuwe monocoque werd ontworpen, met nieuwe aerodynamica en een kleinere behuizing voor de kleinere brandstoftank.
Ondertussen verhoogde Porsche de compressieverhouding van de TAG motor drie keer om de brandstofefficiency te verbeteren maar toen de motorontwikkeling faalde met de opwaardering, met een reeks uitvallen als resultaat. Alain Prost won in Brazilië, Johansson werd derde en vierde in Imola. Het duo behaalde de eerste en tweede plaats in Spa maar een paar keer derde waren de enige beloning in de volgende vier races. De verhoging van de power had geresulteerd in een verhoging van gewicht, het verstoorde de motor balans en veroorzaakte trillingen.
In Duitsland, Prost lag op kop tot de aandrijfriem brak 5 ronden voor het einde. Het was een merkwaardig storing omdat de riem nooit brak in100.000 mijl racen en nu verschillende keren.
Een magere tijd volgde als Honda domineerde en de actieve ophanging werd de trend, maar Prost was terug aan de top in Portugal en tweede in Jerez, alvorens weer te dalen in de vergetelheid, met alleen nog Johansson als derde in Suzuka.
Helaas, Johanssen kreeg de bons en moest plaats maken voor het dreamteam in 1988; Ron Dennis had niet alleen succes in het aantrekken van Ayrton Senna, maar ook Honda……..
Coureurs kampioenschap: 4de Prost 46 punten; 6de Johansson 30 punten
Constructeurs kampioenschap: 2de 76 punten
|
1988
Model:MP4/4
Motor: Honda turbo V6
Coureur: Alain Prost, Ayrton Senna
In theorie, was dit een overgangs jaar voor de Formule 1, aangezien de turbo boost was verlaagd van 4 bar naar 2,8 bar om het voordeel van de turbo op te heffen als voorloper op het turbo verbod en de brandstof capaciteit werd verlaagd van 195 tot 150 liter. In praktijk betekend het dat McLaren, Honda, Alain Prost en Ayrton Senna de recordboek herschreven aangezien zij het hele jaar overheersten.
De statistieken zijn eenvoudig: McLaren won 15 van de 16 races. Senna wint er acht (hij werd gediskwalificeerd in de eerste race in Brazilië), Prost won er zeven. Senna won daarom het kampioenschap met drie punten; beide coureurs hadden het dubbel aantal punten dan de derde geplaatst Gerhard Berger. Op dezelfde manier noteerden McLaren drie keer zo vele punten als het tweede team in het kampioenschap van de constructeurs, het won met 199 punten en Ferrari had er 65. Senna begon de eerste zes races van polepositie en voegde er nog eens zeven aan toe vóór het eind van het jaar. Het was een prachtig en goede prestatie van het team en coureurs; nauwelijks opwekkend, maar krachtig indrukwekkend in zijn perfectie.
De coureurs botsten zo nu en dan, in het bijzonder toen Senna sneed Prost in Jerez. Senna’s uitschakeling bij lappen van Jean-Louis Schlesser Williams op Monza was de enige race die het team niet won. Hij verloor ook de concentratie in Monaco en eindigde in de barrière. Prost uitte nog een keer zijn afkeer over de natte omstandigheden.
Steve Nichols leidde nogmaals het ontwerpteam die te maken kregen met de nieuwe cockpitverordeningen en de kleinere brandstoftank, veel van de auto was nieuw, welke hem beter maakte. Honda’s betrouwbaarheid was uitzonderlijk en de algemene betrouwbaarheid was fenomenaal, alles zat mee om een record te breken. Ze hadden recht op alles wat zij kregen.
Coureurs kampioenschap: 1ste Senna 90 punten; 2de Prost 87 punten.
Constructeurs kampioenschap: 1ste 199 punten.
|
1989
Model: MP4/5
Motor: 3.5 Honda V10
Coureurs: Alain Prost, Ayrton Senna
Het ontwerp MP4/4 van Steve Nichols's had het laatste kampioenschap van het turbo tijdperk gewonnen. Neil Oatley had hard gewerkt aan McLaren’s eerste chassis voor de terugkeer naar normale aspiratie, maar nu de 3.5 liter motoren. Hoewel het eindresultaat het zelfde was, McLaren won zowel het Kampioenschap van de constructeurs als van de coureurs. Het was geen verrassing dat zij niet dezelfde dominantie hadden zoals in 1988.
Hoe dan ook, een McLaren leidde elke race met uitzondering van Portugal (waar Senna startte van pole ), Senna en Prost wonnen tien van de 16 races, Prost vier en Senna zes, hoewel het de Fransman was die de Coureurs titel claimde met drie non scores tegen de Braziliaan die negen keer niet scoorde.
Maar dat vertelt enkel de helft van het verhaal. Het was een jaar waarin Prost meer en meer paranoïde werd over zijn teamgenoot. Zij vielen uit in Imola, toen Prost het gevoel had dat Senna zich niet had gehouden aan een afspraak om elkaar niet in te halen. Prost ging verder in Monaco waar Senna een buitengewone overwinning behaalde, kennelijk zonder tweede versnelling. In Monza beschuldigde Prost Honda van het voortrekken van Senna en wilde bekent maken dat hij het team zou verlaten. Eerder in het jaar, had hij al een monocoque in Phoenix afgeschreven, het eerst serieuze ongeval dat hij had in vijf en een half jaar met het team. Drie races later kwamen hij en Senna in botsing met elkaar op een chicane in Suzuka en hoewel ze geen van beide punten scoorde in de laatste twee races, ging het kampioenschap toch naar McLaren.
Tegen deze intens politieke achtergrond, McLaren en Honda waren de beste combinatie voor de beste twee, als verschillende coureurs op de baan. Het ontwerp van Oatley was nog vergelijkbaar als daar voor, met het gewicht werd continu aan geschaafd, hoewel er ook onbalans was. Het team introduceerde ook een volledig nieuw achterkant, gebaseerd op de overdwars versnellingsbak, midden in het seizoen.
Honda leverde een fenomenale inspanning, met vijf verschillende specificaties van de motor voor verschillende condities, circuits en situaties.
Coureurs kampioenschap: 1ste Prost 76 punten; 2de Senna 65 punten
Constructeurs kampioenschap: 1ste 141 punten
|
|
|